Schorsing tenuitvoerlegging vonnis

l.scheepens • June 1, 2021

Dit is een ondertitel voor uw nieuwe post

B ij incident kan de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van een vonnis worden verzocht wanneer blijkt dat een van de partijen voor de beslissing van belang zijnde feiten, waarvan kennis is genomen na de uitspraak, niet heeft aangevoerd.

Juridisch kader
Artikel 350 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna:”Rv”) bepaalt als hoofdregel dat het instellen van hoger beroep er voor zorgt dat de tenuitvoerlegging van het vonnis in eerste aanleg wordt geschorst. Het vonnis mag zodoende, zolang er in hoger beroep niet is beslist over het geding, niet ten uitvoer worden gelegd.
Om deze hoofdregel te passeren vraagt een eisende partij in eerste aanleg vrijwel altijd aan de rechter om het vonnis ‘uitvoerbaar bij voorraad’ te verklaren. Uitvoerbaarheid bij voorraad is een eigenschap van een vonnis die meebrengt dat de executie ervan kan worden aangevangen los van de vraag of er hoger beroep is ingesteld. Wanneer er door de wederpartij geen verweer wordt gevoerd op deze vordering zal de rechter in de regel het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Slechts bij hoge uitzondering, zoals bij een vonnis tot faillietverklaring, is een vonnis op grond van de wet van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad. Tegen een vonnis dat niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard kan een partij in hoger beroep bij incident opkomen. Zo bepaalt artikel 234 Rv dat uitvoerbaarheid bij voorraad alsnog kan worden gevorderd, hangende het hoger beroep. De tegenhanger wordt gevonden in artikel 351 Rv waarin de mogelijkheid wordt geboden om, wederom hangende het hoger beroep, bij incident te vorderen dat de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis in eerste aanleg wordt geschorst. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van de incidentele vorderingen heeft de hoge raad uitgemaakt dat rekening moet worden gehouden met de volgende punten:


  1. dat de incidentele eiser belang moet hebben bij de door hem verlangde opheffing of wijziging van de voorwaarde (schorsing of toewijzing van de uitvoerbaar bij voorraad verklaring);

  2. dat bij de in het licht van de omstandigheden van het geval te verrichten afweging van de belangen van partijen moet worden nagegaan of, bijvoorbeeld in verband met de spoedeisendheid van het voldoen aan de veroordeling zonder dat zekerheid behoeft te worden gesteld, het belang van degene die de veroordeling verkreeg, zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist, en

  3. dat bij deze belangenafweging de kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel in de regel buiten beschouwing moet blijven.


Daarbij geldt nog dat de toewijzing van een vordering op grond van artikel 234 Rv danwel op grond van artikel 351 Rv enkel kans van slagen heeft als aan de vordering feiten en omstandigheden ten grondslag worden gelegd die zich voor hebben gedaan na de uitspraak van de eerste rechter die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken. Ook klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslagen geven aanleiding tot toewijzing.
De casus van artikel 351 Rv in combinatie met artikel 21 Rv
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (LJN:CA2252) heeft zich recentelijk mogen buigen over een vordering op grond van artikel 351 Rv. Partijen hadden in eerste aanleg discussie gevoerd waarbij de uitleg van een artikel van de statuten van een van de partijen centraal stond. De rechter in eerste aanleg had vonnis gewezen welke uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. Na het gewezen vonnis werd duidelijk dat een van de partijen een ongepubliceerde uitspraak van het hof Arnhem bewust buiten de procedure in eerste aanleg had gehouden. Een arrest waarin het hof Arnhem haar licht laat schijnen over de in het geding zijnde statutaire bepaling, kortom van groot belang voor de oordeelsvorming van de rechter in eerste aanleg. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het bewust achterhouden van een voor de zaak relevante uitspraak een gedraging is die kan rechtvaardigen dat van een uitvoerbaar bij voorraadverklaring kan worden afgeweken. Het bewust achterhouden van voor het geschil relevante feiten is namelijk in strijd met de waarheidplicht van artikel 21 Rv, waarin is bepaald dat:
“Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken dat hij gerade acht”.

Dat een rechter zich ‘gerade acht’ houdt in dat hij in overeenstemming met de concrete omstandigheden kan reageren op de schending van de verplichting van een partij. In casu heeft dat er toe geleid dat de vordering op grond van artikel 351 Rv werd toegewezen, nu het hier ging om een nieuw feit. Tot besluit
Stel als eisende partij in eerste aanleg altijd een nevenvordering in waarbij verzocht wordt de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor de gedaagde geldt dat ook hij op moet letten. Voer ten eerste (uiterst) subsidiair verweer tegen de nevenvordering en vorder bij antwoord daarnaast kostenveroordeling en uitvoerbaarverklaring bij voorraad van die kostenveroordeling. Dit wordt vaak vergeten. Reparatie achteraf op grond van artikel 234 Rv of op grond van artikel 351 Rv blijkt vaak een hoge horde om te nemen.

By l.scheepens March 30, 2026
Als één van de echtgenoten borg staat voor de schuld van zijn/haar BV dan valt deze ook in de gemeenschap van goederen
Is alimentatie op de euro af nauwkeurig te berekenen?
By l.scheepens March 27, 2026
Is het een goed idee om de rechtbank te verzoeken de alimentatie te berekenen en vast te stellen als je het onderling bijna eens bent over de hoogte van de alimentatie, maar niet helemaal? Hoe nauwkeurig is een alimentatieberekening?
By l.scheepens January 9, 2026
Bestaat er ruimte voor een vergoedingsrecht bij een alsof-beding in de huwelijkse voorwaarden?
By l.scheepens January 8, 2026
De Hoge Raad doet uitspraak over vermeende halvering van het vergoedingsrecht in het kader van artikel 1:94 lid 7 BW
By l.scheepens December 16, 2025
Heb je recht op vergoeding als je meer hebt ingebracht bij de aankoop van een woning?
detective
By l.scheepens November 14, 2025
De kosten voor het inschakelen van een detective/recherchebureau kunnen behoorlijk oplopen. Dat doe je dus eigenlijk alleen maar als er iets mee te winnen valt. In het kader van de alimentatieverplichting kan het inschakelen van een detective winst opleveren. Volgens artikel 1:160 BW vervalt het recht op partneralimentatie niet alleen als er sprake is van hertrouwen van de alimentatiegerechtigde, maar ook als die gaat samenwonen als ware zij/hij gehuwd. Dat laatste wordt niet snel toegegeven. En als het niet wordt erkend dan moet dat door degene die stelt dat er sprake is van samenwonen worden bewezen. Daartoe kan een rapport van een recherchebureau dienen. In een zaak die diende bij de rechtbank Gelderland had de man om vaststelling van partneralimentatie gevraagd. De vrouw beriep zich op artikel 1:160 BW. Volgens haar woonde de man sinds het uiteengaan van partijen samen met zijn nieuwe partner X als waren zij gehuwd. Ter onderbouwing van die stelling heeft de vrouw een rechercherapport van [detectivebureau] overgelegd. De vrouw verzocht de rechtbank het verzoek van haar ex af te wijzen en hem te veroordelen in de kosten van het rechercherapport ad (afgerond) € 13.000. De man erkende dat hij een duurzame affectieve relatie had met X maar niet dat hij zou samenwonen. Hij bracht naar voren dat X een eigen huis had en hij ook. De rechtbank overweegt als volgt. Bij de invulling van het vereiste samenwonen moet aansluiting worden gezocht bij de moderne maatschappij. Het feit dat de man en X beiden nog een eigen woning aanhouden, hoeft op zichzelf niet uit te sluiten dat sprake is van samenleven als gehuwden (HR 19 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ7380 ). Voor het aannemen van samenwoning moet wel duidelijk zijn dat het zwaartepunt van het verblijf in één van de twee woningen ligt, dan wel dat betrokkenen het grootste deel van de tijd bij elkaar doorbrengen, wisselend in de ene en de andere woning. Uit het overgelegde rechercherapport blijkt dat de man en X gedurende de gehele observatieperiode in de woning van de man aanwezig waren, zowel samen als afzonderlijk van elkaar. Zij hebben elkaars huissleutel, doen samen boodschappen, gaan samen winkelen, rijden samen in de auto van de man en hebben samen de tuin versierd met kerstverlichting. De man heeft slechts in het algemeen betwist dat hij samenwoont en aangevoerd dat het rechercherapport ‘niet deugt’ en jegens hem ‘onrechtmatig’ is. Het lag echter op zijn weg om hetgeen door de vrouw gemotiveerd is gesteld in voldoende mate te betwisten. De man heeft geen enkel inzicht gegeven in hoe hij en X het leven met elkaar vormgeven, zoals inzicht in hoe vaak zij wel of niet bij elkaar zijn. De man heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij en X allebei beschikken over een eigen woning, zoals afschriften van bankrekeningen waaruit blijkt dat zij ieder hun eigen woonkosten betalen, of de jaarafrekeningen van het stroom- en gasverbruik in beide woningen sinds december 2022. Ook heeft de man geen financiële stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij niet samenwoont, zoals een uitkeringsspecificatie waaruit zou blijken dat hij een AOW-uitkering krijgt voor een alleenstaande. Voorts had het op de weg van de man gelegen om de stelling dat er sprake is van een gemeenschappelijke huishouding voldoende te betwisten, door te stellen - en zo nodig te onderbouwen - dat hij voor eigen rekening boodschappen doet. De rechtbank concludeert dat de man met X samenwoont als ware hij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW. De rechtbank acht bewezen dat de samenwoning in ieder geval sinds december 2022 bestond, omdat dit niet voldoende is betwist. Dat betekent dat de eventuele aanspraak van de man op een partnerbijdrage al was geëindigd op het moment dat hij het verzoekschrift tot vaststelling van partneralimentatie indiende. De rechtbank wijst het verzoek van de man af. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW kunnen de kosten voor het inschakelen van een detectivebureau voor vergoeding in aanmerking komen. Daarvoor is vereist, zo volgt uit vast jurisprudentie, dat (1) een sine qua non-verband bestaat tussen de aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis en de kosten, (2) de kosten in zodanig verband staan met die gebeurtenis dat zij, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en de schade, aan de aansprakelijke persoon kunnen worden toegerekend, (3) het redelijk was om in verband met een onderzoek naar de mogelijke gevolgen van die gebeurtenis deskundige bijstand in te roepen en (4) de daartoe gemaakte kosten redelijk zijn. Volgens de rechtbank is hier aan deze voorwaarden voldaan. Immers, indien de man niet was gaan samenwonen met X als ware hij gehuwd en vervolgens een verzoek tot partneralimentatie had ingediend, dan had de vrouw het detectivebureau niet ingeschakeld. De kosten daarvan staan in zodanig verband met de samenwoning van de man, dat deze aan hem kunnen worden toegerekend, die geen melding heeft gemaakt van de samenwoning. Gelet op de zware stelplicht en bewijslast die in het kader van artikel 1:160 BW op de vrouw rust, was het redelijk om deskundige bijstand in te roepen. Voorts acht de rechtbank de door de vrouw aangetoonde kosten van het detectivebureau redelijk, gelet op de omvang van het onderzoek en het rapport. Nu de vrouw deze kosten genoegzaam heeft aangetoond met gespecificeerde nota's, wijst de rechtbank het verzochte bedrag toe. Rechtbank Gelderland 20 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8769
By l.scheepens September 22, 2025
Ben je verplicht om meer te gaan werken als je parttime werkt en je wilt aanspraak maken op partneralimentatie?
By l.scheepens September 18, 2025
Moet bij de vaststelling van alimentatie rekening worden gehouden met dividend als inkomen wanneer de aandelen zijn overgenomen tegen betaling van een vergoeding
By l.scheepens September 10, 2025
wat als je afspraken maakt in een convenant en deze worden niet nagekomen?
By l.scheepens September 9, 2025
Zitten er ook nadelen aan mediation? Wie schakel je het beste in als je wilt scheiden? een echtscheidingsadvocaat of een mediator? Wat zijn de verschillen tussen een advocaat en een mediator en waar moet je op letten?
meer blogs